- U kunt uw voertuig laten keuren vanaf twee maanden vóór de uiterste keuringsdatum, zonder dat de datum van de volgende keuring wijzigt. Voor voertuigen die elke zes maanden of elke drie maanden moeten gekeurd worden, kan dit slechts vanaf één maand op voorhand.
- Als u uw voertuig nog vroeger laat keuren, dan schuift de uiterste datum van de volgende keuring mee op.
- Als u uw voertuig laattijdig laat keuren, dan schuift de uiterste datum van de volgende keuring niet mee op.
- Voor het laattijdig laten keuren betaalt u een toeslag.
- Het niet laten keuren van een voertuig kan gevolgen hebben voor de verzekering. Bij een ongeval kan de verzekeringsmaatschappij weigeren om de kosten te vergoeden. Bij een controle door de politie zal het ontbreken van een geldig keuringsbewijs leiden tot een boete. Zonder geldig keuringsbewijs mag u alleen de kortste weg afleggen tussen de woonplaats, de herstelplaats en het keuringscentrum.
Voorbeeld:
Een personenauto wordt vier jaar oud op 12 april. Het voertuig moet uiterlijk op 12 april voor de periodieke keuring worden aangeboden.
- Keuring binnen de periode van twee maanden vóór de vervaldatum:
De eigenaar laat het voertuig keuren op 12 februari, precies twee maanden vóór de vervaldatum. De oorspronkelijke referentiedatum van 12 april blijft behouden. Het nieuwe keuringsbewijs is geldig tot 12 april, twee jaar later. - Keuring meer dan twee maanden vóór de vervaldatum:
De eigenaar laat het voertuig keuren op 11 februari, dus meer dan twee maanden vóór de vervaldatum. In dat geval wordt de datum van de keuring de nieuwe referentiedatum. Het keuringsbewijs is geldig tot 11 februari, twee jaar later. - Keuring na de vervaldatum:
De eigenaar laat het voertuig keuren op 12 mei, één maand na de vervaldatum. De oorspronkelijke referentiedatum van 12 april blijft behouden. Het keuringsbewijs is bijgevolg geldig tot 12 april, twee jaar later.